Afgelopen dinsdag, op Prinsjesdag 2025, werden er opnieuw klimaatregelingen aangekondigd. Maar wie goed keek, zag vooral stabilisatie in plaats van versnelling. Ambities voor wind op zee werden bijgesteld, subsidies zoals de SDE++ staan onder druk en de nationale CO₂-heffing wordt afgezwakt.
Nederland heeft zichzelf verplicht om in 2030 55% minder CO₂ uit te stoten dan in 1990, maar volgens het Planbureau voor de Leefomgeving is de kans dat dit gehaald wordt kleiner dan 5%. De centrale vraag is dus: hoe houden we koers richting 2030 in een context van wisselend beleid, politieke onzekerheid en een enorme transitieopgave?
De werkelijkheid van de klimaatdoelen
De stip op de horizon is helder: 55% reductie van CO₂ in 2030, klimaatneutraal in 2050. Maar de praktijk laat iets anders zien. Zo zijn de ambities voor wind op zee teruggeschroefd, maatwerkafspraken met grote uitstoters stopgezet en subsidies voor duurzame energieprojecten lopen tegen hun limieten aan. Het gevolg? De energietransitie dreigt te stranden in losse maatregelen die elkaar niet versterken.
Het spanningsveld van korte versus lange termijn
De politiek kijkt vaak maar vier jaar vooruit, terwijl de transitie vraagt om veertig jaar vooruitdenken. Op de korte termijn zouden projecten die nu effect hebben versneld kunnen worden, zoals netverzwaring, warmtenetten en windparken. Op de lange termijn is het nodig om structurele keuzes te maken over systeemintegratie, toekomstbestendige infrastructuur en jarenlange investeringszekerheid. Zonder langetermijnvisie blijven acties op korte termijn fragmentarisch en onvoldoende om de doelen te halen.
Wisselende kabinetten zorgen voor schuivende prioriteiten. Wat vandaag wordt aangekondigd, kan morgen weer worden teruggedraaid. Voor organisaties en investeerders is dit allesbehalve gunstig: het leidt tot uitstel, onzekerheid en soms het volledig afhaken van innovatieve projecten. Beleidsonzekerheid is misschien wel het grootste obstakel in de Nederlandse energietransitie.
Wat dit vraagt van organisaties
De transitie kan niet wachten op politieke stabiliteit. Organisaties moeten zelf het voortouw nemen. Wat vraagt dit van ze? Organisaties kunnen deze transitie vormgeven door middel van:
- Scenario-denken: bereid je voor op meerdere beleidsrichtingen en ontwikkel plannen die flexibel zijn
- Modulaire investeringen: investeer in oplossingen die schaalbaar en aanpasbaar zijn
- Samenwerken in de keten: werk samen met partners, brancheorganisaties en overheden om invloed uit te oefenen en snelheid te maken
- Langetermijnvisie vasthouden: laat je niet meeslepen door de waan van de dag, maar blijf koersvast in innovatie en verduurzaming
Gelukkig zijn er vele voorbeelden van organisaties die laten zien dat langetermijnvisie in een onzeker speelveld mogelijk is. Zo lopen netbeheerders vooruit op beleid door extra capaciteit in te bouwen en zetten industriële bedrijven in op elektrificatie en waterstof ondanks dat subsidies onzeker zijn. Deze bedrijven wachten niet tot de politiek zekerheid biedt, maar creëren zelf zekerheid door visie en samenwerking.
Voorbij de waan van de dag
De weg naar 2030 is hobbelig, maar de richting is onvermijdelijk. Politiek beleid mag dan wisselen, de klimaatdoelen blijven overeind. Het is aan organisaties om koers te houden, voorbij de korte termijn, en vandaag de stappen te zetten die morgen het verschil maken.
Welke strategische keuzes maak jij om voorbij de waan van de dag te kijken en koers te houden richting 2030 en verder?